Over verslavingen

OVER VERSLAVING (-EN)
Het is nu zo’n twintig jaar geleden dat ik als onervaren arts in de verslavingszorg terecht kwam en ontdekte dat daar een buitengewoon interessant vakgebied lag te wachten om ontdekt te worden.
Het is vervelend dat artsen altijd dingen interessant vinden die voor andere mensen alleen maar ellende en verdriet betekenen; het maakt datje je soms schaamt voor je eigen enthousiasme. Aan de andere kant is dat soort interesse de redding van ieder wetenschappelijk vakgebied, want die interesse zorgt dat er mensen blijven zoeken naar oorzaken, processen en oplossingen. Ik hoop dat u van mij wilt aannemen dat mijn enthousiasme me niet blind heeft gemaakt voor de zeer wezenlijke ellende van mijn patiënten en hun omgeving.
In mijn beleving is het verschijnsel verslaving een puzzel met 1500 stukjes waar ik er in de afgelopen jaren misschien 1200 van verzameld heb. In het begin ging het snel, de randen van de puzzel lagen er na een paar jaar. Daarna ging het langzamer en nu komt er alleen zo nu en dan een stukje bij. Maar compleet is hij niet en dat zal vermoedelijk ook nooit gebeuren.
Ik wil u een aantal dingen over het fenomeen verslaving vertellen. Daarbij, moet ik een keuze maken.
Om te beginnen wil ik graag een van de meest voorkomende misverstanden uit de weg ruimen, namelijk dat je wel moet gebruiken omdat je anders zo vreselijk ziek wordt wanneer je niet meer gebruikt. Vergeet u dit laatste maar direct. Afkicken is bij vrijwel geen enkele verslaafde het probleem. Vraag het maar aan ze: druggebruikers en alcoholisten zijn in de loop van hun verslavingscarrière al vele malen droog en/of clean geweest. Afkicken valt vaak heel erg mee. Het is de terugval die het aller grootste probleem is. Het weer gaan gebruiken ook al was je maanden clean en ook al wist je wat er kon gebeuren als je weer voor de bijl ging. En terugval wordt voor het grootste deel bepaald door een ander, zeer indrukwekkend verschijnsel: het controleverlies. Onder controleverlies verstaat men dat iemand niet kan stoppen met gebruiken na een kleine dosis. Een bijna onbegrijpelijk mechanisme en het kernprobleem van verslaving. Ook voor verslaafden zelf onbegrijpelijk; de meeste terugval ontstaat omdat de cliënt in alle eerlijkheid dacht dat dat ene drankje of dat ene snuifje toch geen kwaad kon.
Ook de omgeving kan het zich slecht voorstellen: `Neem toch een pilsje. Als je er na twee maar mee stopt`, is een van de meest moeilijke aansporingen voor alcoholisten om mee te leren omgaan. Want het is haast niet uit te leggen. Hoe leg je de gewaarwording uit die na dat eerste gebruik ontstaat en die onherroepelijk ertoe leidt dat je de greep weer kwijtraakt?
De eeuwige vraag-. Waarom?
Deze zeer essentiële vraag blijft voor mij onveranderd overeind: waarom doen mensen zichzelf de enorme ellende van een verslaving aan? Let wel, het gaat meestal niet om gestoorde mensen, de meeste verslaafden zijn niet veel gestoorder dan u of ik. Bij een groot onderzoek naar alcoholisme bleek dat op twintigjarige leeftijd bij studenten niet was te voorspellen wie er later alcoholist zou worden. Ze onderscheidden zich niet van hun leeftijdgenoot ten. Toen ze eenmaal alcoholist waren geworden, waren er genoeg verschillen en waren er ook genoeg stoornissen, maar van te voren was dat niet het geval.
En ook al waren er problemen op psychiatrisch of emotioneel gebied of in relaties, dan nog vallen die meestal in het niet bij de ellende die je van een verslaving erbij krijgt, en er is geen sprake van dat er ook maar iets van het oorspronkelijke probleem wordt opgelost. Waarom dan toch? In het dagelijkse leven doen verklaringen genoeg opgang. Geen wonder dat je drinkt of gebruikt met zulke ouders. met zon relatieprobleem, met zo’n depressie, met zo’n verleden, etc. O ja, is dat geen wonder? Is het echt geen wonder dat je aan je reële problemen nog even een stuk of wat toevoegt? Zo stom zijn mensen toch niet? De diersoort homo sapiens is over het algemeen nu niet bepaald gespeend van gevoel voor eigenbelang en ook niet van probleemoplossend vermogen. En toch gooit diezelfde homo sapiens op dit gebied blijkbaar alle probleemoplossend vermogen en alle eigenbelang overboord. Dat is en blijft toch wel iets om je langdurig en blijvend over te verwonderen!
Er zijn nog een stuk of wat gemakkelijke verklaringen in omloop, met voorop een kreet als `slapheid van karakter`. Kortom, een verslaafde is te slap om zijn eigen belang te behartigen. 0 ja? Heeft iemand het idee dat het leven in de drugsscene een plek is voor slappelingen? Heeft iemand er zelfs maar een voorstelling van wat het kost om als alcoholist jarenlang aan het functioneren te blijven ook al heb je geen rustig moment meer en zie je je bestaan steeds verder afbrokkelen? je wordt al doodmoe van de gedachte. Dat is geen werk voor slappelingen.
Ik betrap me er soms op dat ik mijn cliënten een beetje meer slapheid toewens, een beetje meer de neiging om het bijltje erbij neer te gooien en zichzelf te laten helpen, in plaats van door te ploeteren tot het bittere einde. Ik weiger eenvoudig om de hypothese slapheid van karakter te accepteren, ik kom bijna geen slappelingen tegen. (Ik zal niet zeggen nooit, maar in elk geval niet vaak.)
Verslaving, afkicken, controleverlies.
Waarom dan wel? Een open deur: Mensen gaan dóór met gebruik omdat ze verslaafd zijn. Niet omdat ze per definitie een probleem moeten verdringen, niet omdat ze slap zijn, niet omdat ze depressief zijn. Al die factoren kunnen een rol spelen, maar de essentie is dat er een onafhankelijk verschijnsel is opgetreden dat `verslaving’ heet. Verslaving heeft geen oorzaken meer nodig als ze eenmaal is ontstaan. Verslaving is een toestand die is ontstaan door het veelvuldig gebruik van een stof, in de meerderheid van de gevallen in een periode dat de gebruiker zich van het gevaar van zijn gedrag helemaal niet bewust was. Vrijwel iedere druggebruiker heeft zichzelf wijs gemaakt dat anderen verslaafd raken, maar dat hij dat wel in de hand zal weten te houden. Alcoholisten zijn zich al meestal helemaal niet bewust geweest van de risico’s. Iedereen drinkt toch? Wat kan dat nu voor kwaad? Vandaar dat het ook zo lang duurt voordat iemand zich kan voorstellen dat hij de greep over zijn gebruik echt is kwijtgeraakt. Het is zo ongelooflijk moeilijk je voor te stellen dat een normaal volwassen mens de greep kan kwijtraken over zoiets triviaals als alcohol.
Verslaving als fenomeen.
Wat is de essentie van het fenomeen verslaving? Alcohol en drugs zijn stoffen met een krachtige werking op het gevoelsleven. Daarom ontstaat gemakkelijk de indruk dat dat ook de reden is dat de verslaving in stand blijft. Toch heerlijk, zo’n roes zo nu en dan? Of men denkt dat iemand weer gaat gebruiken omdat hij of zij zich depressief voelt. Het is daarom heel interessant om eens te kijken naar een stof die zeer verslavend is, maar waarvan de psychische invloed kleiner is: tabak. Tabak is verslavender dan alcohol. Veel verslavender. Er zijn talloze mensen die probleemloos zo nu en dan drinken, er zijn maar heel weinig mensen die probleemloos zo nu en dan eens roken. Je rookt meestal verslaafd of je rookt niet. Waarom roken mensen? Als het besef eigenbelang van homo sapiens ook maar enigszins zou functioneren bij verslavingen dan zou er geen sterveling roken. Het doet van alles met je conditie, met je geur- en smaakvermogen, het is sociaal steeds lastiger en die 15.000 doden per jaar liegen er ook niet om.
En word je nu zo zalig stoned van nicotine? Kun je je problemen eindelijk eens vergeten als je rookt? Verandert je gevoelsleven helemaal als je rookt? Schermt het je af van de ellende om je heen? Nou, nee. Blijkbaar is een dergelijk effect helemaal niet nodig om een stof verslavend te laten zijn.
En de afkick? Nou, doodziek word je er niet van, althans niet te vergelijken wat er bij alcohol of heroïne gebeurt. Medisch gezien is er niets aan de hand. Maar of het moeilijk is? Verschrikkelijk! Waarom? Omdat je verslaafd bent. En dan zie je bij mensen die stoppen met roken precies dezelfde mechanismen als bij andere verslaafden. je komt je afkick door, je gaat je steeds beter voelen, en dan komt bij de overgrote meerderheid van de mensen de bekende reactie: een sigaretje na het eten kan toch geen kwaad? En daar ga je weer. Ik zie het overal om me heen. Rook je weer? Nou, nee niet echt, alleen ’s avonds eentje, alleen als ik er een aangeboden krijg, ik neem alleen zo nu en dan een trekje van mijn man. Maar dat lukt gewoon niet, na een tijdje rook je weer verslaafd. En was dat omdat je zo depressief was? Omdat je zoveel problemen had? Nee, omdat je verslaafd was. En die verslaving is soms heel ernstig. Of vindt u het niet verontrustend wat er gebeurt in hongergebieden waar mensen hun voedselrantsoen ruilen voor sigaretten? In noodrantsoenen die worden uitgedeeld zitten meestal sigaretten. Bij hulpverleners wordt gebedeld om sigaretten. Iedereen weet heel goed dat daar de vraag enorm naar is en het wordt dan ook behandeld als een eerste levensbehoefte. In gevangenissen en afkickcentra ontstaat de grootst mogelijke onrust als iemand geen geld heeft om te roken. Mensen met een minimum inkomen geven hun kostbare geld uit aan tabak. En als je een minimum inkomen hebt dan is 100,- per maand echt geen kleinigheid. En dat allemaal voor een stof die je problemen niet dempt, die lichamelijk alleen maar schade geeft, een hoop geld kost en geen roes verwekt. Vindt u dat niet vreemd? Begrijpt u zo langzamerhand waarom ik het zo fascinerend vind?
DE CIRKELS VAN DE VERSLAVING
Drugverslaafden zijn vaak moeilijke mensen in de omgang. Er zijn er wel die gewoon aardig blijven, maar dikwijls kan een druggebruiker zich zĂł vreemd gedragen dat je je afvraagt of er niet een psychiatrisch probleem aan de orde is, en soms is dat ook zo. Heel vaak ook echter niet. Er zijn mensen die geloven dat alle verslaafden, of het nu aan alcohol, drugs of aan gokken is, eigenlijk ernstige psychische problemen hebben. Zo van: anders raak je toch niet verslaafd? Dat idee klopt niet. Het is niet zo dat altijd duidelijk is waarom iemand verslaafd raakt. je hoort wel een hoop oorzaken noemen, zoals ruzie met ouders, moeilijkheden op school, puberteitsproblemen, maar dat zijn natuurlijk geen van alle echte oorzaken. Als dat soort dingen rechtstreeks naar verslaving leiden, dan zouden er nog veel meer verslaafden zijn dan er nu al bestaan. Meestal spelen er een heleboel dingen door elkaar en zijn er ook nog toevalligheden in het spel waardoor iemand aan druggebruik begint. Een van de redenen is ook dat vrijwel niemand zich van zichzelf kan voorstellen dat hij verslaafd zou kunnen raken; vrijwel iedereen denkt van zichzelf dat hij het wel in de hand kan houden. Tot het te laat is.
Maar als iemand verslaafd begint te raken, dan gebeuren er wel hele ingrijpende dingen, op allerlei levensgebieden die elkaar beĂŻnvloeden. Dat is gemakkelijk te zien op het volgende model.
Cirkel 0 is de stof; deze staat in het midden en zet alles in beweging.
Cirkel 1 zijn de lichamelijke klachten als je drugs gebruikt.
Je gaat onrustiger leven, minder goed slapen. Bij een stof als alcohol krijg je ook problemen als maagklachten en duizeligheid. Als je nu snel wat gebruikt, voel je je weer even lekker, maar naarmate je meer gaat gebruiken ga je je ook weer slechter voelen. De cirkel draait door.
Cirkel 2 zijn de reacties van het lichaam door de verslaving. je lichaam gaat steeds meer drugs verwachten, je gaat er steeds meer naar verlangen. Ook als je een tijd niet gebruikt hebt en je komt ergens waar je vroeger gebruikte, dat kun je weer een ontzettende trek krijgen en je erg onrustig gaan voelen. Dat is geen psychisch verschijnsel, het is lichamelijk. Het is ook gemakkelijk op te wekken bij honden en bij ratten. je kunt op een bepaald moment zelf denken dat je helemaal geen behoefte aan drugs hebt, maar even later kun je bijna aan niets anders meer denken. Dat maakt ook dat verslaafden zo onbetrouwbaar lijken: het ene moment zien en voelen ze dingen inderdaad heel anders dan het volgende. Kunt u zich voorstellen dat hoe meer ze gaan gebruiken, hoe harder ook de cirkel gaat draaien? Cirkel 3 gaat over psychische zaken. Er zijn drie aspecten. In de eerste plaats kun je van drugs alle mogelijke psychische klachten krijgen. Ik kan u er een overzicht van laten zien:
Stof Gebruik Afkick
Opiaten(heroine) GevoelsarmoedeDepressieAngst/agressie DepressiePsychose
CocaineAgressiePsychosen (*) Euforie (*)Angst Depressie
AmfetaminenAgressie PsychosenAngst Depressie
Hallucinogenen(Hasj, marihuana) PsychosenDepersonalisatie Depressie
Benzodiazepinen(slaapmiddelen) DepressieAnhedonie (*)Psychosen DepressieAngst
AlcoholAngstPsychosenAgrssie DepressiePsychosenAngst/agrssie Depressie

Euforie.
Iemand is euforisch wanneer hij zeer vrolijk en zelfverzekerdheid is; in dit geval hebben deze prettige eigenschappen geen grond.
Anhedonie
betekent dat je geen enkel plezier in iets beleeft: dit is het belangrijkste kenmerk van depressie.
Een psychose
is een ernstige stoornis in de manier waarop iemand zichzelf en de wereld beleeft. Hallucinaties en allerlei soorten van waandenkbeelden kunnen daarbij voorkomen.
Wanneer druggebuikers dit soort verschijnselen gaan vertonen is het geen wonder dat je gaat denken dat ze gestoord zijn geworden. Op dat moment zijn ze het ook. Echter, in vrijwel alle gevallen gaan deze klachten weer over nadat gestopt is met gebruik.
Het tweede aspect van de psychische cirkel is dat drugverslaafden steeds meer een hekel aan zichzelf krijgen, naarmate ze langer gebruiken. Ze proberen vaak te stoppen en als dat steeds niet lukt, worden ze steeds moedelozer. Daardoor gaan ze snel denken dat het toch allemaal hopeloos is en dat ze dus net zo goed door kunnen gaan met gebruiken.
Het derde aspect is, dat wanneer mensen lang gebruiken ze op een gegeven moment niet meer aan normale emoties gewend zijn. Ze raken eraan gewend dat ze alles wat vervelend aanvoelt in één klap weg kunnen krijgen door iets te gebruiken. Als ze dan stoppen hoeft er maar iets te gebeuren of ze raken in paniek, omdat ze niet meer weten hoe je eigenlijk normaal met iets vervelends moet omgaan. Ook dat kan weer tot gebruik leiden. Voor een buitenstaander lijkt het of de gebruiker smoesjes verzint, maar in zijn eigen beleving kon hij echt niet anders. En dat gebruik zet dan ook de andere cirkels weer verder in beweging.
Cirkel 4 is een sociale. Wanneer je psychotrope stoffen gebruikt gaat er van alles gebeuren op sociaal gebied. Bij alcoholgebruik gebeuren er over het algemeen andere dingen dan bij druggebruik, omdat drugs in sociaal opzicht heel andere stoffen zijn dan alcohol. Druggebruikers hebben al snel veel geld nodig, en komen dan al gauw tot crimineel gedrag of verzinnen allerlei trucs om aan drugs te komen. Dat is niet per definitie het gevolg van de stof; volkomen normale mensen hebben in oorlogsomstandigheden de gekste dingen gedaan om aan een sigaret te komen. Verslaving is een zeer sterke kracht, sterker dan een niet-verslaafde zich kan voorstellen. Dus ontstaan er allerlei problemen, omdat de verslaafde het verkrijgen van drugs als het belangrijkste doel van zijn bestaan gaat beschouwen.
Maar speciaal als mensen jong verslaafd raken, en dat is nogal eens het geval met drugverslaafden, speelt er een ander belangrijk mechanisme een rol. Als iemand dagelijks onder invloed van een stof is, ontstaat er een stilstand in emotionele groei. Immers, mensen groeien emotioneel omdat ze ervaren dat sommige gedragingen beter uitvallen dan anderen en omdat men dan leert het gedrag aan te passen. Maar als je verslaafd bent, hoef je niet meer na te denken over je eigen gedrag en emoties. Als je maar genoeg drugs hebt, voel je je altijd goed; heb je geen drugs, dan voel je je altijd slecht. Hoe jij je voelt. heeft dan niets meer met je eigen gedrag te maken. Voel je je schuldig of depressief, dan zorg je voor voldoende aanvoer en je hebt nergens meer last van. Heel wat gemakkelijker dan moeizaam je eigen gedrag aan te passen. Als je jong verslaafd raakt, dan blijf je dus emotioneel op een jong niveau steken. je leert niet al die dingen die andere jongeren wel leren: het omgaan met de volwassen wereld, het dragen van verantwoordelijkheid, het vorm geven van relaties. Als je dan afkickt op je vijfentwintigste, dan ben je emotioneel nog 16, en dat is een heel verschil. Dan moet je in één klap inhalen waar anderen tien jaar over doen. En intussen blijf je ruzie krijgen, want anderen spreken je aan als volwassen mens, niet als net beginnende puber. Dus word je steeds weer afgewezen, en ga je je steeds meer een buitenstaander voelen. Hoe meer je je een buitenstaander voelt, hoe meer je geneigd zal zijn weer te gaan gebruiken. Zeker als er ook nog allerlei financiële en justitiële problemen bijkomen. Zo draait ook de sociale cirkel door, duwt het druggebruik aan, en daardoor draaien de andere cirkels ook weer harder.
Cirkel 5 draait aan de onderkant van de sociale cirkel: de directe omgeving van de verslaafde. Deze cirkel gaat over de manier waarop het gedrag van een verslaafde het leven van de mensen om hem heen gaat bepalen; soms op zo’n manier dat het de verslaving verder in stand houdt. Maar over dat onderwerp kunt u, als ouder meer vertellen dan ik waarschijnlijk ooit zal leren.
Verslaving begint bij ieder persoon verschillend en ook de vorm van de problemen die later ontstaan kan verschillend zijn. Als een verslaving eenmaal is ontstaan, dan is de oorzaak niet eens zo belangrijk meer. De verslaving zelf levert altijd nog veel meer problemen op dan er in het begin waren.
Juist daarom is het van belang dat vóór er een ander probleem wordt aangepakt, er altijd eerst geprobeerd wordt de verslaving te stoppen. Daarmee verdwijnen namelijk een heleboel andere problemen vanzelf.
Enkele medewerkers van Centrum Maliebaan schreven in 1993 uitgebreid over ’De Cirkels van Van Dijk’. Zij eindigen met een conclusie bestemd voor collega hulpverleners in de verslavingszorg (speciaal voor de detox). Ouders kunnen er misschien ook iets aan hebben:
Niet meer gebruiken wil zeggen dat onze cliënten vele tientallen malen per dag de bewuste beslissing zullen moeten nemen om niet te gebruiken. Dat kost veel alertheid en energie. Dat brengen mensen alleen op als ze heel precies weten waarom ze deze beslissing moeten nemen en geen andere. We hebben dan ook geen bezwaar tegen heropnames. Integendeel. Heropnames zijn meestal gewoon nodig in het groeiproces naar herstel. Verder letten we op de sociale omgeving van de cliënt en op zijn fysieke en psychische mogelijkheden en beperkingen. En boven alles leren deze cirkels ons bescheidenheid. Wij weten niet wat goed is voor onze cliënten, we hebben er hoogstens een min of meer gefundeerde mening over.
De cirkels zullen ongetwijfeld nog aangevuld worden. Immers naarmate kennis en ervaring groeien, wordt er steeds meer toegevoegd aan wat we te bieden hebben. Om met Van Epen te spreken: Elk jaar dat wij hetzelfde gebleven zijn is een verloren jaar.’

HET JUNKIESYNDROOM
Over gedrag van verslaafden en tips om daarmee om gaan
In dit artikel vindt u een overzicht van uiterlijke signalen die kunnen duiden op een verslaving. Zekerheid op dit punt hebt u pas wanneer iemand zelf toegeeft in de problemen te zitten. Iemands `gedrag’ geeft hierover overigens meer zekerheid, dan uiterlijkheden zoals verwijde of vernauwde pupillen.
’Verslaafdengedrag’ hangt af van hoe lang en hoe zwaar iemand verslaafd is en ook aan welk middel. Het meest extreem komt het tot uiting bij verslaafden aan illegale hard-drugs; niet zozeer door de stof zelf, maar door de illegaliteit ervan. De meeste mensen met verslavingsproblemen zullen dit gedrag niet zo extreem vertonen, omdat ze verslaafd zijn aan minder dure en maatschappelijk meer geaccepteerde middelen als alcohol, medicijnen en de gokkast. Maar elementen van dit syndroom komen bij iedere verslaafde terug.
Kenmerken zijn: Liegen, stelen, manipuleren (vooral bij familie en hulpverleners) en tenslotte het zich onttrekken van elke verantwoordelijkheid (voor zover die niet direct te maken heeft met het verkrijgen van het verslavende middel of geld daarvoor). Dat klinkt vrij ernstig. Terecht wordt dan ook regelmatig gezegd, dat het ware kenmerk van een verslaafde is, dat niet hij, maar het middel dat hij gebruikt bepaalt wat hij doet en wat niet; alles is geoorloofd, zolang het maar drugs of alcohol oplevert.
Manipuleren
· Veel verslaafden kunnen indringend op het medelijden van ouders en therapeuten werken. Leugens en verhalen worden verteld om geld, gratis eten en onderdak te krijgen. Men huilt, vertelt trieste verhalen en dreigt soms zelfs met zelfmoord om zijn zin te krijgen.
· Hulpverleners (maar dat kan ook een familielid zijn, meestal geen ouder) worden nogal eens aangesproken op hun ijdelheid: ’Sinds u mij helpt gaat het veel beter met me’. Deze gewiekste aanpak van de verslaafde kan een rookgordijn veroorzaken, waardoor de controlerende hulpverlener niet ziet dat de verslaafde (om maar een voorbeeld te geven) rustig urine van een ander op de methadonpost laat onderzoeken en tegelijkertijd `vrolijk’ doorgebruikt.
· Je houdt niet meer van me; ’Je hebt nooit van me gehouden`; -’Ik pleeg zelfmoord`, zijn uitroepen die worden gezegd om op uw (schuld)gevoel te werken en de verantwoordelijkheid op u af te schuiven. Vooral voor ouders is dat erg pijnlijk.
· Over het algemeen heeft een verslaafde alle tijd, terwijl u nog vaak andere afspraken heeft. De verslaafde kan geen `nee’ horen en begint zijn verhaal steeds weer opnieuw. Net zolang tot u toegeeft om ervan af te zijn.
· Sommige verslaafden dreigen met geweld. Hoe eerder hiervoor een oplossing wordt gevonden hoe beter, anders is men aan de heidenen overgeleverd. Wanneer een verslaafde ziet dat hij zijn zin krijgt door angst rond te zaaien , dan zal hij daar -in zijn algemeenheid- mee doorgaan.
TIPS
Wat moet u weten? Hoe moet u handelen? Een aantal tips zijn we al tegengekomen. Voor de overzichtelijkheid hieronder nog eens alles op een rijtje.
1. Eerlijkheid
Het is belangrijk om mensen in hun waarde te laten. De beste manier om dat te doen is, uw mond niet te houden als u het vermoeden hebt dat er problemen zijn (wat voor problemen dan ook). Maar wees dan ook eerlijk, ga niet vissen, maar zeg gewoon: `Ik heb gehoord dat...’ Of beter: `Ik maak me zorgen om je, want...’
Het is aan uw zoon of dochter om daar al dan niet op in te gaan.
2. Kennis
Is het belangrijk om iets van drugs af te weten?
Aan de ene kant wel. Een mens wil niet beduveld worden en wil weten wat drugs doen. Het is eigenlijk voldoende te weten dat gebruik van drugs het karakter van iemand (tijdelijk) kan veranderen. Drugs maken dat kinderen en die gaan, lijkt het, steeds jonger gebruiken geen zin meer hebben in school en werk. Uw kind is uw kind niet wanneer het drugs gebruikt! Dit moet u weten, dan bent u misschien minder kwetsbaar.
Aan de andere kant is kennis op dit gebied ook weer niet van wezenlijk belang. Er komen steeds nieuwe drugs in omloop. Voor iemand die niet in het vak zit is het nauwelijks bij te houden. En: maakt het werkelijk iets uit of iemand niet luistert omdat hij dronken of stoned is of om een andere reden? Is het werkelijk belangrijk om te weten of iemand een fiets steelt omdat hij geld nodig heeft voor drugs? Eigenlijk hoeft u van de werking van alcohol en drugs niets te weten. U accepteert toch ĂĽberhaupt niet dat iemand u beduveld of als een vod behandeld?
3. Specialisten
Hulpverlenen is specialistenwerk. Zeker in geval van verslaving. Doe niet mee aan afkickpogingen. Laat mensen zelf contacten leggen met hulpverleners en zoveel mogelijk hun eigen problemen oplossen. Zij hebben er immers een rotzooi van gemaakt en een belangrijk onderdeel van de weg terug, is het opruimen daarvan. Ze weten vaak beter dan u welke hulpverlening er is en hoe ze daar terecht kunnen. Een verslaafde die zegt dat voor hem geen passende hulpverlening bestaat, liegt net zo hard als iemand die beweerd dat er te weinig keus is in wasmiddelen.
4. Blijf uzelf
Blijf wie u bent, dat is goed genoeg. Word niet extra terughoudend of toegeeflijk, om het zo voor de ander makkelijk te maken. Behandel een verslaafde zoals u ieder ander zou behandelen. Wees hem niet terwille omdat u hem zielig vindt of omdat u op die manier hoopt een goed contact op te bouwen. Alleen door uzelf te blijven en uw eigen grenzen aan te geven, hoe moeilijk dat soms ook is, krijgt u uiteindelijk het respect van de ander.
5. En houdt er rekening mee
dat veel verslaafden meesters zijn in het manipuleren en toneelspelen en dus ook met hun lichaam kunnen `liegen’. Soms zult u achteraf merken dat u, ondanks alles, voor de gek bent gehouden.
6. Verslaafd aan hulp
Sommige mensen zijn niet zozeer verslaafd aan middelen, als wel aan de hulpverlening. Het is vaak moeilijk grip op hen te krijgen. Ze kenmerken zich o.a. door een grote hoeveelheid verschillende problemen, de onmogelijkheid om die op te lossen en het feit dat al die problemen onder één noemer gebracht worden: `verslaving.
Sommige mensen verzamelen een heel regiment aan hulpverleners om zich heen of hebben er heel wat versleten. Hoewel hulpverleners niet heilig zijn en zeker wel eens fouten maken, zou u zich af kunnen vragen hoe het toch komt dat al die mensen niet in staat waren iemand te helpen.
8. Navragen
Soms vertellen mensen iets over problemen of over afspraken die ze hebben met de hulpverlening of met instanties. Wilt u daar iets mee doen, dan is er niets tegen om na te vragen of dat wat u gehoord hebt ook werkelijk waar is. Het is soms goed om twee kanten van het verhaal te horen. Vraag wel altijd toestemming voordat u navraag gaat doen, doe het niet achter iemands rug om. Wordt die vraag uitgelegd als een motie van wantrouwen:
`Dus je gelooft me niet?’, dan is dat meestal een aanwijzing dat er meer aan de hand is, dan u tot nu toe gehoord hebt. Overigens is het in de meeste gevallen pas mogelijk om oplossingen te vinden wanneer er openheid is.
9. Reageer niet direct
Ga niet klakkeloos in op hulpvragen. Laat iemand precies formuleren wat hij wil en waarom. Beoordeel daarna in alle rust - het liefst na een gesprek, zodat u wat afstand kunt nemen - of u daar op in wilt en kunt gaan. Die rust heeft twee voordelen: u kunt zelf nagaan of u niet gemanipuleerd bent en bovendien blijkt dan of de ander werkelijk gemotiveerd is. Maar al te vaak gebeurt het dat verslaafden de ene dag willen stoppen en de andere dag al hun goede voornemens weer vergeten zijn. Wanneer u dan al vol goede moed op zoek bent geweest naar een plaats in een kliniek, is dat zonde van uw tijd en moeite. Veel hulpverleningsinstellingen werken niet voor niets met drempels en wachttijden. Voor ouders is het veel moeilijker om afstand te scheppen, maar niet minder belangrijk. Laat u niet intimideren.
10. Nuchter
Weiger een gesprek met iemand die onder invloed is. Als hij nuchter is kunt u verder praten. Gaat u zo’n gesprek toch aan, dan zult u achteraf vaak merken dat de ander er zich weinig of niets meer van kan of wil herinneren of eenmaal nuchter, er heel anders over denkt.
11. Niet aandringen
Dring niet aan op stoppen met gebruik of opname in een kliniek. Verslaafden weten dondersgoed dat ze zouden moeten stoppen en dat er hulpverlening is. Ze hebben ook al vaak genoeg gehoord dat ze op moeten houden. Stoppen heeft alleen zin, als iemand dat zelf wil. Niet als u hem ertoe overhaalt. Natuurlijk kunt u iemand steunen en de weg wijzen als hij werkelijk wil stoppen, maar laat hem die keus eerst zelf maken.
12. Geen ziekte
Verslaving is geen ziekte. Natuurlijk, veel verslaafden tonen psychiatrische ziektebeelden, maar de meesten zijn vooral slim en creatief. De manier waarop ze in hun onderhoud voorzien getuigt van intelligentie en inzicht.
13. Accepteren
Als iemand niet wil stoppen, zijn leven niet wil veranderen, geen zelfstandig leven kan of wil leiden, dan zult u dat moeten aanvaarden. Dat is moeilijk, maar wel duidelijk. En natuurlijk kunt u zelf bepalen wat dat betekent voor de relatie die u met hem heeft.
Overigens, wie zegt dat u er de volgende keer nog bent om te helpen?
14. Geen geld
Geef geen geld. Nooit. Als er echt iets moet komen (eten, kleren, sigaretten noem maar op) regel dat dan zelf. Als u aanbiedt samen eten te gaan kopen en hij weigert of sputtert tegen, dan is de kans levensgroot dat het niet om eten, maar om geld voor drugs te doen was.
15. Zorgen
Tot slot, en dat is het moeilijkst: Maak de problemen van een ander niet tot uw eigen zorgen. Daar helpt u niemand mee. U bent veel beter in staat om te helpen als u de problemen van een ander ook werkelijk die van een ander laat. Doe niets voor iemand wat hij niet zelf kan doen.

Wat kan ik doen?
Ouders van drugverslaafden weten zo langzamerhand wel dat zij zelf ook recht hebben op een beetje leven.
Toch blijft het verslaafde kind, of we willen of niet, ons leven in sterke mate bepalen. Het moeilijkst te verwerken is het gevoel van machteloosheid. `Wat kan ik nu (nog) doen om hem of haar te helpen? horen we telkens weer verzuchten. En zo lijkt die verslaafde toch weer centraal te komen staan in ons leven. Dat is niet zo gek, al is het misschien niet juist en in veel gevallen nogal onvruchtbaar. In allerlei verhalen van ouders klinkt die verzuchting door.
Misschien hoeft de vraag: `wat kan ik doen?’ niet helemaal onbeantwoord te blijven. Ofschoon ieder geval weer anders is, wil ik toch proberen iets algemeens daarover te zeggen.
Ik denk dat alle ouders in hun hart één ding nastreven, één (geheime) agenda hebben: het kind van de verslaving afhelpen. We weten dat zoiets niet vaak via de ouders lukt. Maar het is ook onzin om te beweren dat ouders daar helemaal geen rol bij kunnen spelen. Ze kunnen, daar ben ik van overtuigd, zeker een positieve (helaas ook een negatieve) bijdrage leveren. Ook de officiële drughulpverlening begint dat in te zien.
We moeten voorop stellen dat voor benaderingen (interventies) van de kant van de ouders een paar omstandigheden bepalend zijn.
· de leeftijd van het kind: is het nog in de fase van opvoeding?
· de mate en duur van de verslaving; en is er al veel door anderen, bijvoorbeeld de hulpverlening geprobeerd?
· waar bevindt het kind zich: woont het thuis of elders, of komt het zo nu en dan thuis; zo ja, in welke gevallen: voor de gezelligheid of in noodsituaties?
Het lijkt of er in situatie a het meeste te doen is voor de ouders. Maar dat valt vaak bitter tegen. Soms is juist de uit-huis-fase geschikter voor de ouders om een of andere interventie te beginnen.
Ruzie
Om te beginnen kan één algemeen advies, dat overigens weinig wordt opgevolgd, gegeven worden: probeer nooit aan een oplossing te gaan werken vanuit een ruzie, een woordenwisseling, kortom een duidelijke conflictsituatie.
Het is heel begrijpelijk dat men dat doet, maar bij mijn weten is er op die manier nooit iets opgelost. Het wordt alleen maar erger. je komt scherper tegenover elkaar te staan en van gelijk krijgen, wat overigens weinig zinvol is, is helemaal geen sprake. Dus als je iets wilt ondernemen, een moeilijke kwestie aansnijden, een serieuze discussie beginnen, een opvoedkundige correctie aanbrengen, zorg dan in de allereerste plaats dat je het als ouders helemaal eens bent (dat is al vaak gezegd, maar het kan best nog een keer) en begin dan in een zo ontspannen mogelijke sfeer, als er géén ruzie is, als er een stemming van enig wederzijds begrip is en niet van gelijkhebberij.
Ik weet wat het bezwaar is dat hiertegen vaak wordt ingebracht, een heel belangrijk bezwaar: `nu is het eindelijk eens even rustig en dan beginnen we niet over problemen, laat staan over drugs en druggebruik.` En het risico is niet denkbeeldig dat er toch weer ruzie van komt. En dan is de aardige stemming weer weg. Maar het kan ook zijn dat er wederzijds zinnige dingen gezegd worden en dat er iets ontstaat wat op een gesprek lijkt. Dan is er veel gewonnen, namelijk een begin van vertrouwen en respect.
Misschien is er zelfs iets af te spreken, waardoor spanning en verwarring in het gezin verminderd worden. Wat zou er bijvoorbeeld af te spreken zijn? Omdat `afspraken` een apart hoofdstuk vormen wil ik proberen daar iets over te zeggen.
De afspraak
Toen in een groep ouders het verschijnsel `ruzie` ter sprake kwam, vroeg iemand: `mag ik dan nooit meer ruzie maken of boos zijn?-’ Mijn antwoord was en is: ja, natuurlijk wel. Ik houd alleen staande dat een probleem oplossen vanuit een ruzie niet mogelijk is. Maar ruzie maken kan wel opluchten, kan een begin van duidelijkheid geven in de zin van: dat pik ik niet; nu ben je over de grens. En boos zijn is toch weer wat anders dan ruzie maken. Boosheid komt wel bij de ruzie te pas, maar is niet hetzelfde. Door boosheid kan je ook bijdragen tot duidelijkheid bij het bepalen van grenzen. je kunt iets afwijzen of veroordelen of onaanvaardbaar verklaren, en dan is boosheid een versterkend element. Maar boosheid in het gesprek - dat is dus ongeveer ruzie -levert bedroevend weinig op.
En dat gesprek is juist nodig om wat dan ook op te lossen.
Het is dus verstandig om op een rustig moment zo’n gesprek te beginnen. Want dan lukt het misschien om afspraken te maken. Die afspraken gaan meestal over rechten en plichten van beide `partijen.’ Want partijen zijn we zo langzamerhand wel. Door allerlei gebeurtenissen zijn we namelijk als ouders tegenover het verslaafde kind komen te staan.
Beide partijen, zei ik; dat houdt tweezijdigheid in, juist bij afspraken. Alle ouders hebben ooit de fout gemaakt door te roepen: `we hadden toch afgesproken.. `of om een discussie te beëindigen met de verklaring: `dat is dus afgesproken.` Voor die merkwaardige eenzijdige `afspraken’ hoef je niet met een verslaafde te maken te hebben. Hoeveel ouders roepen niet uit, als de zoon of dochter op het punt staat naar een feestje te vertrekken: -’we spreken dus af dat je om 12 uur thuis bent!’ Dat is bij dit wijdverbreide twistpunt over de nachtelijke thuiskomst natuurlijk geen afspraak; dat is een bevel, een soort dagorder. En die wordt verrassend vaak niet opgevolgd.
Nu heb ik niets tegen een bevel, maar je moet dat dan niet als afspraak verpakken. je wekt daarmee de schijn dat de ander in volle vrijheid met je voorstel akkoord is gegaan. Dat is dus niet het geval.
Niet alleen ouders maar ook andere opvoeders, zoals leraren, bezondigen zich aan het lanceren van deze eenzijdige afspraken. Ik heb zelf in mijn schoolmeesterstijd ook vaak gezegd: we spreken dus (!) af dat jullie... vul maar in. En dan nog verbaasd of bedroefd zijn als die afspraak door de ander net zo eenzijdig verbroken wordt als hij door jou gemaakt is.
Een gezin functioneert dankzij stilzwijgende of uitgesproken afspraken: dingen die je doet èn nalaat. Ouders beginnen altijd met bevelen, opdrachten, verboden bij zeer jonge kinderen. Zij proberen wel in een zo vroeg mogelijk stadium uit te leggen waarom zij dat doen (veiligheid, gezondheid, hygiëne, rust). Maar discussie is er nog niet bij. De baby wordt al of niet huilend naar bed gebracht en daar gaat niet een `goed gesprek’ over de zin ervan aan vooraf.
Maar geleidelijk wordt toch de weg geëffend voor de afspraak (de echte) in plaats van het bevel of het verbod. Dat effenen van de weg komt tot stand doordat de kinderen ouder worden, vragen gaan stellen naar het waarom van het bevel of verbod èn waarachtig gaan protesteren, als er geen of naar hun smaak onjuiste uitleg volgt. Ouders moeten dan het eenzijdige bevel verlaten, ze moeten terrein prijs geven (of is het juist winst?!) ten gunste van een nieuwe gewoonte: de echte, tweezijdige afspraak. En iedereen weet wel dat zo’n echte afspraak op een aantal factoren berust: een eigen standpunt, ,respect voor het standpunt van de ander, bereidheid tot geven en nemen, redelijkheid, plooibaarheid, afstand doen van het vooropgezette gelijk, niet willen `winnen’ enz.
Zo’n afspraak wordt dan vaak een compromis. En dat is helemaal geen schande, integendeel. Vaak wordt een compromis `laf’ genoemd. Soms is het dat, maar meestal niet. Want het resultaat van goed overleg kan haast niet laf zijn.
Het spreekt haast vanzelf dat de mogelijkheden voor echte afspraken in hun volle omvang daar zijn, wanneer het kind een redelijke mate van verstandelijke en emotionele volwassenheid bereikt heeft. Wanneer is dat? zult u vragen. Dat weet u zelf het beste, zeg ik dan maar.
Wanneer evenwel een probleem als verslaving in het gezin optreedt, komt de verslaving steeds meer op de voorgrond en verdwijnen door het overheersende karakter van verslaving de oude stilzwijgende èn uitdrukkelijk gemaakte afspraken in de werveling van destructief verslavingsgedrag; ook de ooit gemaakte echte tweezijdige afspraken verdwijnen als sneeuw voor de zon, afspraken over huiswerk, etenstijden, tijden van thuiskomst, huishoudelijke taken, enfin alles.
Terugval
Dan bestaat de zeer begrijpelijke neiging bij ouders om dit gedrag van hun zoon of dochter als een terugval in kinderlijkheid (de psychologen noemen dat regressie) te beschouwen. Als het kind zich dan zo `kinderachtig’ gedraagt, vallen ook de ouders terug in de oude bevel- en verbodspatronen, omdat naar hun mening en ervaring redelijke tweezijdige afspraken niet meer te maken zijn. Dat blijkt toch niet juist te zijn. Verslaafde kinderen doorkruisen of negeren de oude gemaakte afspraken, dat wel, maar ze protesteren heftig tegen eenzijdig opgelegde regels en verboden. Daarom is het toch nodig om een misschien vrij zeldzaam rustig ogenblik (dus niet in een ruzie) die oude regels (= afspraken), althans de belangrijkste, nog eens aan de orde te stellen en te kijken of er weer een echte afspraak gemaakt kan worden.
Dan ontstaat er weer zoiets als een gezinscontract, waarin de eisen aan en door beide partijen gesteld redelijk èn haalbaar zijn. Bij schending van het contract kunnen van te voren afgesproken sancties worden opgelegd.
Als dat allemaal lukt, dan is de winst: duidelijkheid, een zekere mate van rust, een begin van een hernieuwd vertrouwen. Dat betekent niet dat daarmee de verslaving van de baan is. Wel dat het gezin een maximale bijdrage levert aan enige stabilisering, een houdbare situatie aan het thuisfront en misschien zelfs aan het uiteindelijk afkicken, wat zeer veel ouders nog steeds hoog op hun agenda hebben staan. Als het systematisch saboteren van afspraken niet meer voorkomt, dan is een heel belangrijk deel van het verslavingsgedrag verdwenen. En dat is geen pure symptoombestrijding; het kan het begin zijn van verdere afbraak van dat gedrag.
Vooral hernieuwd vertrouwen speelt hierbij een hoofdrol. Immers wantrouwen is het centrale kenmerk in de relatie ouders-verslaafd kind. En dat wantrouwen dat in die relatie altijd optreedt, is het sterkste relationele vergif dat er bestaat.
Wantrouwen
Hoe wantrouwen ontstaat is nogal duidelijk. Ouders merken soms plotseling, soms na verloop van enige tijd, dat het er is.
De verslaafde vertoont, zelfs al in het vóórstadium van misbruik het manipulerende gedrag, waar al zoveel over gezegd en geschreven is. Dat manipuleren uit zich onder andere in misleidende fantasieën, in ronde leugens, in het stelselmatig geheel of gedeeltelijk niet nakomen van wantrouwen, waardoor je als ouders mee gaat werken aan het ontmantelen van het `ouderlijk huis’. Nu hoef je geld en kostbare zaken niet te laten slingeren, maar die gesloten deuren stempelen de verslaafde wel overduidelijk tot `schuldige’. Ook horen we van telefoons die geblokkeerd worden: `dan kan hij niet met zijn slechte vrienden of zijn dealer bellen’. Een zinloze actie, lijkt ons. (Hebt u trouwens wel eens opgemerkt dat ouders vaak over slechte vrienden spreken, maar niet gauw beseffen dat hun eigen kind ook weleens een slechte vriend kan zijn?).
Ouders melden ook wel eens dat ze de urine van een verslaafde laten controleren op druggebruik of, als het kind een methadonprogramma volgt, op bijgebruik van andere (illegale) drugs. Dat is een heel georganiseer, tenzij het met instemming van de verslaafde gebeurt. En dan nog kan hij die urine beter zelf laten controleren. Bovendien, als ouders bij die controle ontdekken dat er iets mis is, wat moet er dan gebeuren? Zijn daar afspraken over gemaakt?
In laatste instantie, wanneer het gedrag van de verslaafde in het gezin helemaal onhoudbaar wordt (diefstal, agressie, verloedering), wordt de politie er wel bijgehaald of een justitiële maatregel als een inbewaringstelling (IBS) aangevraagd. Helpt dat?
Het laatste middel?
Eerst moet gezegd worden dat agressie, dus lijfelijk geweld, gelukkig vrij weinig voorkomt, althans in vergelijking met wat men zou verwachten. Meestal niet bij gebruikers van opiaten als morfine, heroïne en methadon. Vaker bij gebruikers van amfetaminen (speed/pep) en bij cocaïnegebruikers èn bij zogeheten polydruggebruikers (= gebruikers van veel verschillende drugs). Agressie is natuurlijk niet acceptabel, zeker niet in de gezinssituatie. Men kan proberen dat met woorden duidelijk te maken ("afspraken’ weet u nog wel?). Dat lukt vaak niet en dan is er meer nodig.
Ik vind dat agressie, die niet tot een enkel klein incident beperkt blijft, een zwaarwegende reden is om het verslaafde kind de toegang tot het huis te ontzeggen. Het moet natuurlijk duidelijk zijn (dat hebben we al eerder gezegd) dat zoiets nooit definitief mag zijn, tenzij er levensbedreigende schade is aangericht. De bekende deur-op-een-kier is dus meestal de juiste benadering. En dat is al pijnlijk en verdrietig genoeg. Ook diefstal binnen het eigen huis lijkt mij een soortgelijke geldige reden voor die stap.
Maar sommige ouders willen verder gaan: aangeven bij de politie, het aanvragen van een psychiatrische maatregel als IBS (inbewaringstelling binnen een gesloten psychiatrisch ziekenhuis) of een OTS (onder toezichtstelling) een maatregel van de kinderbescherming in het geval van een verslaafde zoon of dochter, die het eigen kind onvoldoende opvoedkundige aandacht geeft, zeg maar: verwaarloost.
We hebben het er eerder over gehad dat er in de relatie tussen ouders en verslaafde kinderen veel wantrouwen heerst en dat wantrouwen die relatie ernstig verstoort. De genoemde stappen (aangeven, IBS, OTS) vormen de verste uitlopers van dat wantrouwen, althans in de ogen van de verslaafde (’Heb ik dat nou aan jullie verdiend?). De verslaafde ervaart zon stap van de ouders heel vaak zelfs als verraad. De verslaafde beseft dan niet dat hij zijn ouders ook al enige keren heeft `verraden’ door allerlei onmogelijke gedragingen. En later zal hij soms zo’n hard oordeel afzwakken: Jullie hadden gelijk; ik maakte het te gek`. Maar vaak blijven verslaafden dat `verraad` onvergeeflijk vinden, zelfs als zij ex-verslaafden zijn. Dan is de breuk definitief. En dat was toch niet de bedoeling. De bedoeling was om via een schokeffect de verslaafde te confronteren met zijn onaanvaardbaar gedrag en om de veiligheid binnen het gezin te handhaven. Ouders kunnen dus vanuit hun machteloze en wanhopige situatie hun doel voorbijschieten.
Heel belangrijk is nu weer de afspraak. Als van te voren vast staat dat bij agressie, diefstal, dealen vanuit huis enz. zo’n stap als naar de politie, de kinderbescherming, de arts (voor een IBS) niet alleen overwogen maar ook uitgevoerd zal worden, dan weet de verslaafde waar hij aan toe is. Dan kan er ook geen sprake zijn van verraad in de zin van onverwacht en achter iemands rug iets ondernemen.
Wij hebben nogal eens ouders gesproken, die tegen de verslaafde zeiden: Je hebt een uur de tijd om je biezen te pakken; daarna doe ik aangifte bij de politie’. Dan kan het verwijt van een `overval` niet klinken. Een vader vertelde dat zijn zoon toen toch later gepakt werd en in de gevangenis terecht kwam. Die zoon was zijn ouders aanvankelijk zeker niet dankbaar, maar wilde ze toch op bezoek hebben in het Huis van Bewaring. En in die periode ontstond zelfs een betere relatie. Dat was nooit gelukt, zei de vader, als hij zijn zoon geheel onvoorbereid had laten oppakken.
Overigens valt er nog een levensgroot vraagteken te zetten bij het aangeven. Een drugverslaafde moet meer op zijn geweten hebben dan alleen het gebruik van illegale drugs (dat op zichzelf wel strafbaar is) of het wegpakken van moeders portemonnee om in de cel te belanden. Onder andere omdat er te weinig cellen zijn. Zo ligt de situatie nou eenmaal. Een tamelijk vanzelfsprekend advies is in deze uiterst moeilijke situaties: spreek er eerst over met een vertrouwde raadgever, voordat je die zeer vergaande keuze maakt. Eerst moeten de ouders het trouwens onderling eens zijn over zo’n stap. Maar toets dan toch het oordeel ook eens aan dat van een vertrouwde buitenstaander. Dat kan de huisarts zijn of een drughulpverlener (uiteraard niet de hulpverlener van de zoon of dochter zelf; die zal in zo’n situatie geen advies kunnen/mogen geven).
Ook de dominee of pastoor of een wijze huisvriend komt in aanmerking. De verantwoordelijkheid voor de stap blijft bij de ouders. Trouwens deze extreme situaties komen binnen gespreksgroepen nogal eens aan de orde. Veel lotgenoten hebben daar al ervaring mee. Dus ouders die in zon situatie (dreigen te) komen, doen er goed aan hun probleem ook daar aan de orde te stellen. Bij voorkeur voordat het echt zover is; dus als je zoiets -voelt aankomen’.
Voorbeeld
Tenslotte wil ik nog iets zeggen over een heel belangrijk onderwerp, waarover evenwel heel snel misverstanden ontstaan: het voorbeeld. Ouders van verslaafden hebben vaak op de een of andere manier (meestal via omwegen, maar soms ook heel direct) te horen gekregen dat zij `het slechte voorbeeld gegeven hebben’ en dat daardoor hun kind aan de drugs is geraakt. je zou haast zeggen: was het maar zo eenvoudig! Maar we weten nu zo langzamerhand wel dat drugverslaving veel oorzaken heeft, waarbij voor de ene verslaafde het hoofdaccent anders ligt dan voor de andere. Dat zogenaamde slechte voorbeeld heeft als verwijt veel schade aangericht: schuldgevoelens, grote machteloosheid en negatieve berusting. Verslaafden zijn zelf ook heel knap in het hanteren en aanpraten van dat verwijt en de daaruit voortvloeiende gevoelens bij ouders.
Natuurlijk weten we, wat ook uit onderzoek bekend is, dat bepaalde factoren in het ouderlijk gedrag mede kunnen leiden tot negatief gedrag van een kind, bijvoorbeeld drugmisbruik. Het is bekend dat kinderen van zwaar drinkende, zwaar rokende en vooral veel en makkelijk medicijnen gebruikende ouders een grotere kans op verslavingsgedrag hebben. Maar dat betekent uiteraard niet dat er een direct oorzakelijk verband is tussen bijvoorbeeld het forse drinken van vader en de heroïneverslaving van de dochter. Zulk weinig `voorbeeldig’ gedrag van ouders kan een bijkomende factor zijn om eerder met drugs te gaan experimenteren. Maar er is echt meer voor nodig om dan ook verslaafd te raken. Zeker, heel veel kinderen zullen bepaalde gedragingen van hun ouders als probleem ervaren - eerder als probleem en nauwelijks als voorbeeld! En drugs hebben de naam ’probleemoplossers’ te zijn. Maar de meeste kinderen weten andere, meer zinvolle middelen om die problemen op te lossen of althans hanteerbaar te maken.
Bovendien verkeren wij als-ouders in het stadium dat er wat ons betreft aan die oorzaken niet veel meer te doen is. De verslaving is een feit en het omkijken naar die oorzaken kan wel eens zin hebben, maar echt verder komen wij èn de verslaafde daar niet mee. Met andere woorden: voor die ouders is de periode van preventie helaas voorbij.
En toch willen we zo graag iets doen. We leren wel dat we nu eens goed voor ons zelf moeten zorgen, dat we weerbaarder moeten worden en dat we daarmee ook de verslaafde de best mogelijke dienst bewijzen, wat ons betreft. Maar soms lijkt het mogelijk om iets te ondernemen, wat toch meer direct op de verslaafde gericht is. Dat idee houdt ons steeds bezig. En een enkele keer kan dat ook.
Het lijkt er namelijk op dat niet zo zeer gedrag van ouders indruk maakt op het eenmaal verslaafde kind, maar wel verandering van gedrag. En dat is ook weer een vorm van gedrag! Gebleken is bijvoorbeeld dat het besluit van ouders om toe te treden tot een groep, om daarmee een zekere passiviteit te doorbreken en voor zichzelf op te komen, niet alleen gewaardeerd wordt door de verslaafde, maar zelfs hem of haar in de goede richting `aan het denken zet.`
`Wij zijn enige jaren niet met vakantie gegaan’, vertelden ouders ’uit angst dat er in die tijd iets zou gebeuren met onze zoon. Maar nu zijn we toch gegaan en dat heeft heel wat veranderd. Hij is nog verslaafd, maar denkt nu over stoppen èn we kunnen weer met hem praten`. Zon besluit dat duidelijk een koersverandering demonstreert, pakt blijkbaar goed uit, voor de ouders en voor de verslaafde.
Ik heb besloten’ vertelt een moeder `om mijn zoon in de gevangenis op te zoeken, niet voor zoetsappige praatjes, ook niet voor preken, maar gewoon om te zeggen wat ik van hem denk èn om te laten zien dat ik er nog steeds ben, ook voor hem’. Die zoon wilde dat eerst niet. Uit boosheid? Uit schaamte? Wie zal het zeggen. Maar hij vindt die stap van zijn moeder uiteindelijk prima en vroeg overplaatsing naar de drugsvrije afdeling van de gevangenis aan.
Nog een moeder: `ik sta tegenwoordig een uur vroeger op dan ik gewend was. Mijn verslaafde dochter heeft me zoveel tijd gekost, dat ik die nu wil inhalen, voor mezelf. Mijn dochter schrok daarvan en staat nu op normale tijd op in plaats van in haar bed te blijven totdat ze naar de methadonpost moet. Een onbedoeld effect, maar zo heeft dat blijkbaar gewerkt. Ik maak ook wel een boel lawaai in dat vroege uur! `
Daar is ook die vader, die vertelde dat hij gestopt was met roken. `Ik heb toch geen poot om op te staan tegenover mijn verslaafde zoon, als ik de hele dag met een sigaret in mijn hoofd loop`. Hij had er een soort onbewuste wedstrijd met zijn zoon van gemaakt. Die stopte met heroĂŻne, doordat hij zo onder de indruk was van die `daad, van zijn vader. En ze vielen allebei een paar keer terug, maar redden het ten slotte alle twee.
Nogmaals, dat betekent niet dat een rokende ouder zijn kind ook verslaafd maakt. Maar dat stoppen met roken heeft kennelijk een positief schokeffect. En zoiets geeft je als ouder een dubbel goed gevoel, dat je toch iets kunt doen, dat je niet totaal machteloos bent.
Dit waren dus een paar gevallen van `goede voorbeelden`, goed in die zin dat de ouders er iets aan hadden en dat er ook iets ten goede veranderde bij de verslaafde.
Mislukken mag
Er wordt nogal eens moeilijk aangekeken tegen dat `goede voorbeeld’. Om verschillende redenen. Heel begrijpelijk is het idee dat je dat goede voorbeeld misschien niet volhoudt en dat zoiets dan averechts werkt. Als het verslaafde kind merkt dat niet alleen zijn eigen goede voornemens spaak lopen, maar ook die van de ouders, dan kan dat, al klinkt dat misschien vreemd, heel goed een nieuwe positieve opening in de relatie geven.
Ook inconsequent gedrag van ouders (de ene dag mag iets wel, de andere dag niet) hoeft niet altijd slecht uit te pakken. Wel moeten de ouders dan samen inconsequent zijn en zeker ook weer niet te vaak. Maar inconsequentie als (opvoedkundige) uitzondering kán een verrassend goede duw geven.
Onder de omstandigheden die verslaving in het gezin teweeg brengen, is het ondoenlijk om model-ouders te blijven of te worden. Dat kan niemand verlangen. Maar een van die omstandigheden, namelijk het gevoel van machteloosheid, mag de ouders niet verhinderen nieuwe dingen te bedenken en plannen te maken voor zichzelf, het gezin en daarmee ook voor de verslaafde. Wel is het erg wenselijk om de bruikbaarheid van die plannen bij voorkeur met lotgenoten te bespreken en te toetsen.
Dit artikel is uit een info van de LSOVD en wordt U aangeboden door de “Moedige Moeders”