Alcohol

Alcohol is een middel met een verdovende werking. Het is vanwege een aantal effecten en risico's vergelijkbaar met drugs. Er zit alcohol in bier, wijn en gedistilleerde dranken zoals jenever, maar ook in mixdranken. Alcoholhoudende dranken zijn onder meer te koop bij slijters, in supermarkten, horecagelegenheden en aan de bar van verenigingen met een horecavergunning.

 

Hoe werkt alcohol?

  • Alcohol wordt in het bloed opgenomen door de maag en de darmen. Via de bloedbaan komt alcohol overal in het lichaam terecht. Alcohol verdooft. Het heeft met name effect op de overdracht van signalen in zenuwen en hersenen. 
  • Alcohol verlaat het lichaam weer grotendeels doordat de lever het afbreekt. De afbraak van de alcohol van 1 consumptie duurt ongeveer anderhalf uur. Dit afbraakproces is niet te versnellen, ook niet met bijvoorbeeld koffie of een snack. Het maakt niet uit of iemand bier of bijvoorbeeld jenever heeft gedronken. Het percentage alcohol van jenever is weliswaar veel hoger, maar een jeneverglas is veel kleiner. In elk standaardglas zit ongeveer 10 gram pure alcohol. 
  • Hoe meer alcohol iemand in korte tijd drinkt, hoe hoger de concentratie in het bloed en hoe groter de effecten. Iemand voelt eerder en meer effect van sterke drank omdat de alcohol dan sneller in het bloed komt. Dit komt doordat het een hoger percentage alcohol heeft (35%). Er zijn bieren met een hoger percentage dan 5%. Drinken van dit soort bieren geeft ook sneller effect. 
  • Als alcohol op de nuchtere maag wordt gedronken komt het eerder en directer in de bloedbaan dan wanneer er voedsel in de maag zit; de alcoholconcentratie in het bloed stijgt dus sneller, het effect is dan ook groter.
  • Het effect van alcohol is niet bij iedereen hetzelfde. Dat heeft onder andere te maken met lichaamsgewicht en het vochtgehalte in het lichaam. Hoe minder vocht, hoe meer effect alcohol heeft: de concentratie in het bloed stijgt dan sneller. Iemand van 50 kilo heeft minder vocht in zijn lichaam dan iemand van 100 kilo, en ondervindt dus veel eerder het effect van alcohol. Alcohol heeft daarom ook sneller effect bij vrouwen, want zij zijn gemiddeld lichter van gewicht en hebben bovendien naar verhouding minder lichaamsvocht dan mannen.
  • Een ander verschil in effect is te zien bij mensen die regelmatig drinken. Het lichaam went binnen korte tijd aan alcohol. Daarom is al snel meer alcohol nodig om bepaalde effecten te bereiken. Maar het lichaam went niet aan alle effecten; het negatieve effect van alcohol op het reactievermogen blijft bijvoorbeeld onverminderd optreden.

 

Wat voelt de gebruiker?

  • Na 1 of 2 glazen lijkt alcohol stimulerend te werken. Dit komt doordat de verdoving bepaalde remmingen wegneemt. De drinker ontspant zich makkelijker, voelt zich prettiger en gaat zich losser gedragen. Aan de andere kant kunnen mensen ook juist depressiever, angstiger of agressiever worden na gebruik van alcohol. 
  • Het ontremmende effect van alcohol is nog groter als het gebruikt wordt in combinatie met stimulerende drugs, omdat die middelen de dempende werking van alcohol tegengaan. De combinatie van alcohol en drugs geeft overigens onvoorspelbare effecten en is daarom riskant. 
  • Na een paar glazen zijn er al lichamelijke reacties. De fijne motoriek raakt verstoord, het reactievermogen vermindert en iemand ziet, hoort en proeft minder. 
  • Na 3 tot 5 glazen wordt de waarneming van het eigen gedrag minder en de zelfkritiek neemt af. Dit maakt dat mensen die gedronken hebben van zichzelf vinden dat ze nog heel goed kunnen autorijden, terwijl dat niet het geval is. 
  • Drinkt iemand door, dan raakt hij aangeschoten; hij kan emotioneel worden, de zelfkritiek neemt verder af, hij kan een rood gezicht krijgen en moeite met praten.
  • Wanneer iemand nog verder doordrinkt, volgt dronkenschap. Hij heeft grote moeite zijn evenwicht te bewaren, kan bewusteloos raken en weet de volgende dag wellicht niet meer wat hij de vorige avond heeft gedaan. Na een vaak onrustige en korte slaap wacht de kater met hoofdpijn, brandend maagzuur, braakneigingen en een droge mond.

 

Wat zijn de risico's?

Als alcohol met mate wordt gedronken, schaadt dat de gezondheid niet. Dagelijks 1 tot 2 glazen voor vrouwen en 2 tot 3 glazen voor mannen is niet ongezond. Dagelijks drinken verhoogt wel het risico op gewenning. Daarom is het goed om 2 dagen per week geen alcohol te drinken.

 

Overmatig gebruik kan tot diverse problemen leiden:

  • Het kan beschadigingen veroorzaken aan het maagslijmvlies, de lever en de hersenen.
  • Als iemand veel heeft gedronken neemt de kans op ongelukken toe. Mensen worden bovendien sneller agressief met een flinke slok op. 
  • Mensen die zeer regelmatig veel alcohol drinken, lopen op wat langere termijn meer risico op leveraandoeningen en op diverse vormen van kanker aan onder meer mond, keel, slokdarm, maag, lever en darmen. 
  • Alcohol kan voor sociale problemen zorgen. Ontremd gedrag tegenover partner, vrienden of collega's kan leiden tot irritaties en ruzies met als gevolg relatiebreuken en verlies van werk of woning. 
  • Het korte-termijngeheugen kan aangetast worden. Dit kan leiden tot het Korsakov-syndroom of tot alcoholdementie.

 

Andere risico's zijn

  • Drinken tijdens de zwangerschap kan leiden tot een kleinere herseninhoud en een lager geboortegewicht van de baby. Bij veel drinken tijdens de zwangerschap kan een ernstige geboorteafwijking ontstaan die bepalend is voor de rest van het leven.
  • De combinatie van alcohol met verdovende drugs, stimulerende middelen of slaap- en kalmeringsmiddelen is gevaarlijk omdat al deze middelen elkaars werking kunnen versterken.

 

Hoe herken je probleemgebruik?

Gewenning en verslaving aan alcohol ontstaan geleidelijk. Het begint met af en toe te veel drinken tot regelmatig doorzakken. Dat maakt het herkennen van probleemgebruik moeilijk. Er is sprake van misbruik als iemand ongeacht de omstandigheden voortdurend alcohol gebruikt, terwijl dat gebruik problemen veroorzaakt of verergert. Als iemand zichzelf herhaaldelijk in gevaar brengt (autorijden onder invloed bijvoorbeeld), is er ook sprake van misbruik.

 

Belangrijke aanwijzingen voor probleemgebruik zijn

  • Alcohol nodig hebben om te kunnen ontspannen, om in een andere stemming te komen, om een bepaalde angst te overwinnen of zenuwen tot bedaren te brengen. 
  • Niet genoeg hebben aan 1 of 2 glazen, maar dagelijks meer drinken en vaak situaties opzoeken waar alcohol gedronken wordt.
  • Wel willen stoppen of proberen om overdag niet te drinken, maar daar niet in slagen.
  • Snel en gulzig drinken, stiekem drinken, vaak naar drank ruiken en kauwgum eten om de dranklucht te verbergen.
  • Zonder alcohol ontwenningsverschijnselen krijgen als trillende handen, transpireren en slecht slapen.  
  • Vaak ruzie maken over drank met de partner of gezinsleden. 
  • Foutjes maken op het werk of regelmatig verzuimen. 
  • Vaker onder invloed deelnemen aan het verkeer.

 

Is alcohol verslavend?

Een stof is verslavend als het afhankelijkheid en gewenning kan veroorzaken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen lichamelijke afhankelijkheid en geestelijke afhankelijkheid. Bij lichamelijke afhankelijkheid protesteert het lichaam wanneer met gebruik van het middel wordt gestopt (ontwenningsverschijnselen). Geestelijke afhankelijkheid houdt in dat de gebruiker steeds sterker naar het middel verlangt en zich niet prettig meer kan voelen zonder. Er is sprake van gewenning als een gebruiker steeds meer nodig heeft om hetzelfde effect te bereiken.

Alcoholgebruik kan leiden tot gewenning en lichamelijke en geestelijke afhankelijkheid. De meeste gebruikers kennen deze risico's wel, maar denken dat het hun niet zal overkomen. Maar door steeds vaker en steeds meer te drinken is het mogelijk afhankelijk te worden van alcohol. Door een lange periode helemaal geen alcohol te drinken is goed vast te stellen of er sprake is van geestelijke of lichamelijke afhankelijkheid. Wie daar moeite mee heeft of zich er ellendig bij voelt, bevindt zich in de gevarenzone.