Hash en Weed

Wat is het?

Hasj en weed zijn afkomstig van een plant met de Latijnse naam Cannabis Sativa, kortweg cannabis. In het Nederlands noemen we die plant hennep. Als je de vrouwelijke bloemtoppen ervan droogt en verkruimelt, krijg je marihuana. Marihuana is groen-bruin van kleur en wordt meestal ‘weed’ of ‘wiet’ genoemd. Als je de hars van de plant tot blokken of plakjes perst, krijg je hasj. De kleur daarvan varieert van lichtbruin tot zwart. Via een speciale bewerking kan een sterk geconcentreerde stof uit de plant worden gemaakt: hasjolie.  Weed, hasj en hasjolie verspreiden een heel karakteristieke geur. Wie die eens heeft geroken, herkent hem in het vervolg onmiddellijk.
 

Wat zit er in?

Het bestanddeel waar het om gaat, wordt kortweg ‘THC’ genoemd (voluit: delta-9-tetrahydrocannabinol). Hoe warmer het klimaat waarin de hennep groeit, hoe meer THC er in zit. Ook Nederlandse ‘wiet’ die onder vrijwel ideale omstandigheden in kassen is gekweekt, bevat vaak veel THC. Hasjolie kan zelfs voor meer dan de helft uit THC bestaan.
 

Wat voelt de gebruiker?

De werkzame stof in hasj en weed (THC) versterkt de stemming. Wie zich niet zo gelukkig voelt, kan zich er nog rotter door voelen. Bij iemand die zich goed voelt, valt het meestal prettig. Hij wordt er ‘high’ van. Het woord ‘stoned’ wordt gebruikt vanwege het zwaar aanvoelen van met name armen en benen. THC beïnvloedt ook de waarneming.

Kleuren worden intenser ervaren, muziek wordt intenser beleefd. Het gevoel voor ruimte en tijd verandert, de fantasie slaat op hol. Sommige mensen krijgen ineens zin om veel te eten (‘vreetkick’), anderen de slappe lach. Vanwege de verdovende werking wordt het ook gebruikt om te ontspannen. Aan de andere kant kun je door angst overvallen worden. THC verslapt de spieren, maakt de mond droog, de ogen rood, verwijdt de pupillen en versnelt de hartslag.
 

Wat zijn de risico's?

  • Wie niet lekker in zijn vel zit, kan beter helemaal geen hasj of weed gebruiken: de kans is groot dat het er alleen maar erger van wordt. Een te hoge dosis kan heftige angstgevoelens of neerslachtigheid veroorzaken. Lichamelijk kan het heel onbehaaglijke gevoelens veroorzaken (duizeligheid, misselijkheid), tot paniek en flauwvallen toe. Dit wordt ‘flippen’ genoemd. Wachten tot het over gaat, is het enige wat diegene dan kan doen. Wel kan een ander proberen te kalmeren.
  • Het ‘flippen’ door een te grote dosis komt vooral voor bij onervaren gebruikers (jongeren, buitenlandse toeristen, e.d.). Dit risico is een stuk groter wanneer hasj gegeten wordt, omdat de gebruiker dan minder goed in de gaten heeft hoeveel hij binnen heeft gekregen.
  • THC vermindert het concentratievermogen, het reactievermogen en het kortetermijn geheugen. Logisch nadenken wordt moeilijker, de draad van een gesprek wordt uit het oog verloren. THC en werken, huiswerk maken of studeren gaan dan ook niet samen. Deelname aan het verkeer onder invloed van THC is gevaarlijk en daarom verboden.
  • Mensen die veel en vaak THC gebruiken, kunnen geremd worden in hun ontwikkeling. In plaats van problemen op te lossen en daarvan te leren, ‘blowen’ ze hun problemen en onvrede weg. Ze lopen bovendien het risico in een sociaal isolement terecht te komen.
  • Er zijn aanwijzingen dat er een relatie is tussen cannabisgebruik en het ontstaan van psychische stoornissen zoals schizofrenie, depressie en angst.
  • Mensen die kampen met onderliggende psychische problemen of die aanleg hebben voor psychische stoornissen vormen een risicogroep. Het gebruik van hasj kan deze problemen verergeren en wordt daarom afgeraden.
  • De rook van joints en stickies wordt doorgaans diep geïnhaleerd en lang in de longen vastgehouden. Die rook bevat meer kankerverwekkende stoffen dan die van alleen tabak. Op langere termijn kan hierdoor schade optreden aan de luchtwegen.
  • THC is aangetoond in moedermelk. Voor hasj en weed geldt hetzelfde als voor alcohol, tabak en andere drugs: gebruik tijdens de zwangerschap en borstvoeding is af te raden. De meeste wetenschappers achten het niet bewezen dat langdurig gebruik leidt tot blijvende invloed op de hersenen en het immuunsysteem. Naarmate je meer of vaker gebruikt loop je meer risico.

 

Omgaan met gebruikers

In vrijwel ieders omgeving wordt wel eens hasj of weed gebruikt. Het kan voorkomen dat iemand flipt. Dit is geen reden voor paniek. Probeer de persoon in een rustige omgeving te kalmeren. Meestal lukt dat door hem gerust te stellen en door hem iets zoets te laten drinken of eten. Wanneer iemand verward en angstig blijft, is het verstandig een arts te raadplegen.
In het onderwijs, het jongerenwerk en in gezinnen met opgroeiende kinderen zal cannabis zeker ter sprake komen.

Botweg verbieden is niet zo zinvol. De kans is dan groot dat de ander het eventuele gebruik probeert te verbergen en gesprekken erover vermijdt. Af en toe blowen kan dan ongezien overgaan in probleemgebruik.
 

Belangrijk zijn

  • Goede informatie over hasj en weed. Deze tekst geeft de belangrijkste informatie.
  • Openhartige gesprekken zonder vooroordelen. Wie zich zorgen maakt over het gebruik van een ander, kan er alleen op die manier achter komen hoeveel en waarom de ander eigenlijk gebruikt. Wanneer iemand moeilijk zonder kan, zijn er waarschijnlijk onderliggende problemen waar iets aan gedaan moet worden.
  • Door de gebruiker zelf en zo nodig met (professionele) hulp van anderen. Vaak zijn er dan ook andere signalen zoals verminderde prestaties op school e.d.
  • Duidelijkheid over gestelde grenzen. De geloofwaardigheid van een opvoeder of partner is groter wanneer deze zich ook aan afspraken houdt.
  • Het experimenteren van een jongere zal niet snel ontsporen als deze zich niet verveelt, zelfstandig is, ‘nee’ kan zeggen en met tegenslagen kan omgaan.
  • Blijf in gesprek; paniek of dreigementen hebben een averechts effect.
  • Schroom niet om zo nodig advies te vragen en hulp te zoeken.