Moedigen zus over de verslaving van haar broer

06 September 2018 Moedige Zus over de verslaving van haar broer 04 september 2017 | categorie: Edam-Volendam, Waterland, Zeevang | bron: Angenieta Zweerus Eenzaamheid Als broer of zus van een verslaafde ligt het gevaar van eenzaamheid op de loer. Beide kind van je ouders, de ene met een probleem, met de ander gaat het goed. Het is logisch dat degene met de problemen even wat meer aandacht nodig heeft. Als broer of zus snap je dat ook, je maakt je zorgen om de problemen met je broer of zus en je ouders, binnen het gezin. Maar wie zorgt er dan voor mij? Ikzelf? Nee, want ik heb het te druk met niemand tot last zijn. Te druk met het probleem proberen op te lossen. Te druk met machteloos zijn. Er zijn toch al problemen genoeg? Als broer of zus beleef je de verslaving vaak anders dan je ouders. Ikzelf was nog een kind, in de laatste jaren van mijn basisschool en de eerste jaren op de middelbare school, toen ik voor het eerst écht in aanraking kwam met de verslaving van mijn broer. Wij zijn altijd vier handen op één buik geweest. Dus ik bracht veel tijd met jou door. Ik zat op je kamer te wachten om een spelletje met hem te doen op de computer, terwijl jij je pakkies coke aan het afwegen en verdelen was. De coke werd getest, gewogen en verdeeld over de wikkels. Die hielp ik vouwen. Wanneer het uitkwam bracht ik de pakjes naar beneden, naar de verslaafden en dealers die voor de deur stonden en bracht ik het geld weer mee naar boven. Ik was blij dat ik hem kon helpen. Blij weer even met hem in contact te zijn, want dat was al zo lang minder. Zo ben je altijd samen, zo word je broer of zus weggerukt door de sluipmoordenaar: verslaving. Het ging allemaal zo snel, maar toch zo langzaam. Toen stond ik ineens alleen. In een nieuw samengesteld gezin, met onze moeder die onvoorwaardelijk achter jou stond en een stiefvader die nergens mee te maken wilde hebben. Het gezin dat ik hopeloos bij elkaar probeer te houden, maar het leek niet te lukken. Wat eenzaam voelt dat zeg. Het deed mij ergens denken aan de tijden dat ik bij jou in bed kon kruipen, dat je me uit mijn kamertje kwam halen, als er weer ruzie en onheil aan de gang was. Wat een grote broer was je toen. Woede Ik haat je voor het feit dat jij niet wilt leven, zoals ik jou dat had gegund. Ik haat je voor het feit dat je geen uitvlucht meer ziet, geen weg meer om te vechten. Je hebt me alleen laten staan in situaties waarin ik jou het hardst nodig had. Ik haat je voor het feit dat jij jezelf als grote broed hebt weggenomen, bij mij. “Ik haat jou niet, maar je verslaving”, zou een politiek correct en methodisch te verantwoordde stelling zijn. Maar na 11 jaar ben jij stukje bij beetje jouw verslaving geworden, dus hoe zijn deze twee nog van elkaar te onderscheiden? Wanneer kom jij weer terug? Kom je überhaupt nog terug? Verdriet Verdriet is denk ik de onderliggende emotie bij bijna alle ander genoemde thema’s. Kon ik maar niets om je geven, dan was het allemaal zoveel makkelijker geweest. Verdriet is niet altijd makkelijk te zien door de woede en schaamte die zich vaak uit. Maar mezelf dagelijks in slaap huilen en ’s ochtends opstaan met een glimlach, ‘want ik moet sterk zijn’, dat wordt een specialiteit van je. Wel een zware specialiteit, die bij mij op mijn puberschouders rustte. Hoe lang ik dat heb volgehouden? Acht jaar. Wanneer de bom barstte? Toen ik ons nieuw samengestelde gezin voor de keuze stelde: “Hij eruit, of ik eruit” na jouw laatste en zoveelste terugval. Weet je nog? Hoe hard we aan je herstel gewerkt hebben na 1.5 jaar gevangenis? Zo vaak mogelijk samen naar de sportschool, winkelen, de nieuwste spellen spelen, weekenden thuis op de bank om je niet te triggeren? Samen je verslaving en patronen uitdokteren? Jouw herstel stond voorop. Toen jij na drie weken besloot dat weg te gooien en het niet meer op te pakken, heb ik besloten dat dat voor mij de druppel is geweest. Ik heb de keuze bij ons nieuw samengestelde gezin gelaten, het was jij eruit met je verslaving, of ik eruit. Het voelde als stank voor dank, toen ik mijn tas kon pakken. Dat voelde eenzaam. Onbegrepen Daar waar ik op de basisschool nog populair was doordat iedereen min broer kende, werd ik door diezelfde ‘vrienden’ op de middelbare school opgewacht en bedreigd. Drugsschuld is geen kattenpis. Dealers bellen thuis midden in de nacht aan, er moest geld komen. Je wordt aangehouden in de stad en hebt bescherming nodig van de dealers die aan de kant van je broer staan. Rare verhoudingen hé? Dat was toen heel normaal. Voor mijn gevoel werd ik overal waar ik kwam in de gaten gehouden. Mijn broer? Die gaf niet mee, die had zijn geld zelf nodig. Het gebroken gezin? Die waren bij ons thuis te druk met onderling ruzie maken en wanneer dat niet zo was, waren zij druk met de verslaving bezig. Soms waren ze kwaad. Kwaad omdat ik niet eerder mijn mond open had gedaan over situaties, die voor mij toch zo gewoon waren. Kwaad op mijn slechte schoolprestaties en verzuimgedrag. Al met al geloof ik, achteraf, dat sommigen van hen in hun hart goede jongens zijn, die dealers. Machteloos voelt het soms, dat ook zij in de valkuil van verslaving en drugs zijn gestapt. Zij proberen er nu maar het beste van te maken. Vroeg of laat gaat het fout. Met allemaal. Alle drugsgebruikers. Of het nou partygangers zijn, weekendgebruikers, gecontroleerd gebruikers, incidenteel gebruikers. Vroeg of laat stoppen ze er mee, of ze krijgen ‘levenslang’ zoals wij dat noemen. Velen zien dat niet in, of pas als het te laat is en hulp nodig hebben. Sommigen willen het niet inzien en anderen zoals mijn broer, zijn het vechten beu. Ze zijn moe en uitgeput. Zij accepteren liever dat het misschien nooit meer goed komt en blijven van dag tot dag, van uur tot uur leven. Steeds maar weer naar hun volgende shot of naar hun volgende pakkie toe. Zij zien wel waar het schip strandt. Maar wanneer houdt het op? Ik ken je als een lieve, zachtaardige en gevoelige jongen, met een onwijs grote mond en verschijning, maar een erg klein hartje. Ik kan me niet voorstellen hoe eenzaam jij je soms moet voelen, als de drugs nog gevoel bij jou toelaten. In ons contact heb ik soms het idee dat jij dat ook graag wilt, er weer bovenop komen. De laatste tijd duren deze episoden als maar korter en wordt de vechtlust alsmaar minder. Soms denk ik: ‘Zal het dan toch eindelijk nog gebeuren? Zal je eindelijk willen stoppen? Hulp zoeken?’ Ik hoop je te raken met mijn woorden, ik hoop bij alles wat er gebeurt, goed of slecht, dat het jouw ogen doet openen. Maar wanneer de twee dagen van ‘helderheid’ bij jou weer zijn verstreken, word ik steeds weer teleurgesteld. Geconfronteerd met het feit dat je er niet meer bent, terwijl je er nog wel bent. Schuldgevoel Schuldgevoel? Dat staat op mijn lijf geschreven. Schuldgevoel dat ik mijn ouders niet eerder heb gealarmeerd, dat ik hen teveel heb belast, dat ik mijn broer niet meer ondersteuning heb kunnen bieden. Schuld en schaamte jegens leerkrachten, vrienden, familie, kennissen, buren, vreemden. Allemaal niet nodig hè? Toch draag je het mee als een zak bakstenen op je puberrug. Angst Angst hangt in dit soort situaties voortdurend om mij heen. Angst voor een overdosis, angst voor de gevangenis, angst voor geweld, vermissing, diefstal. De dood. Irreëel? In de wereld van verslaving niet. Al het bovengenoemde heeft hij op één na waargemaakt. Hij leeft nog steeds. Angst voor jou als bedreiging, heb ik weinig meegemaakt. Jij was niet agressief, nooit geweest. Tot op de avond van je overdosis, waarin ik ’s middags thuiskwam en jij dacht dat ik je drugs had gestolen. Je was na 1.5jaar weer gaan basen. Verder gegaan waar je was gebleven. Je stond te trillen en te shaken, eisend dat ik mij uit zou kleden, want ik had jouw drugs gestolen en verstopt. Misschien wel in mijn sokken of ondergoed. Die moest je koste wat kost hebben. Kwaad was je, dat ik het enige geruststellende en veilige van jou had afgenomen. Toen ik weigerde kwam er paniek. De grootste paniek, want ruzie maken met mij hielp jou niet meer om te krijgen wat je wilde. Manipuleren hielp niet meer. Het ergste van alles? Ik heb je helpen zoeken naar je pakkie. Die was uit je onderbroek gevallen op de trap. ’s Avonds vonden wij je paniekerig, trillend, zwetend, spierwit, spugend en kwijnend: je lag hallucinerend op bed. Ik heb nog nooit iemand zo zien zweten. Je was slecht aanspreekbaar en in drie dagen bijna 10kg kwijt. Je brabbelde, onverstaanbaar. Trillen, spugen, huilen. Ik had je nog nooit zien huilen. Gekweld in de greep van je drugs. Die drugs die je verslaving zo dierbaar zijn. Ik dacht dat dat de avond was waarop ik voorgoed afscheid van je zou nemen. Ergens had ik het misschien gehoopt. Gehoopt dat jij niet dagelijks met deze kwelling zou moeten leven. Zoals je zelf vaak zegt: ‘Een gevangenis in je hoofd, waarin je vecht totdat je dood bent, zonder ooit vrij te komen.’ Opgelucht en in tranen was ik, toen ik je ’s ochtends nog ademend in je bed vond. Is het egoïstisch om iemand in leven te willen houden, die zelf niet meer wilt? Misschien. Dat zijn dingen waar ik nog niet over na wil denken. Irritatie Hedendaags erger ik mij onwijs aan mensen die vragen hoe het met mijn broer gaat. Bij oude vrienden, échte vrienden of schoolvrienden van hem, die niet in het gebruikerscircuit zitten, voelt het goed en oké. Zij kennen mijn broer zoals hij echt is. Met hen wil ik er graag over praten wanneer zij interesse hebben. Waarom bij de rest niet? Het voelt alsof zij allen oordelen over mij, over hem en over het gezin. Dat wij er niet genoeg aan hebben gedaan en dat wij hem in de steek hebben gelaten. Ik denk dat zij veelal zo vijandig voelen, omdat zij zelf ook gebruiken of verslaafd zijn. Zij voelen zich misschien alleen en in de steek gelaten of zien niet in wat voor gevaar en verdriet het gebruik en de verslaving met zich mee brengt. Misschien projecteren zij hun eigen gevoel, op onze situatie. Hoe dan ook, soms heb ik hier moeite mee, want er komt een enorme woede die bestaat uit pijn, verdriet en oneerlijkheid, in mij naar boven borrelen. Het lukt mij niet altijd even goed om dit professioneel voor mij te houden en soms kom ik dan ook erg kattig uit de hoek. Bij deze, alvast sorry daarvoor. In het begin van een verslaving wil je de vuile was niet buiten hangen. Je houdt je mond dicht, want je bent bang wat anderen van je denken. Nu heb ik geleerd dat mensen hoe dan ook, ongeacht de situatie of gebeurtenissen, altijd iéts over je zullen denken. De een vindt dat je er meer aan had moeten doen, de ander vindt dat je het al veel eerder had moeten stoppen. Al met al staan zij niet in mijn schoenen en hebben zij geen recht van oordelen, slechts het recht van hun mening. Ik ben nog jong en anti-drugs, kan je mij dat kwalijk nemen? Toch heb ik veel vrienden en vriendinnen of collega’s die gebruiken. Sommigen zijn verslaafd, sommigen gebruiken alleen op feestjes en anderen gebruiken wanneer het hen uitkomt. Ik vind ze daarom niet meer of minder aardig. Het gebruik baart mij in sommige gevallen slechts zorgen. Maar dan alweer, hun leven is niet mijn leven. Hun beslissingen zijn niet die van mij en mijn mening is niet die van hen. Ik laat iedereen in zijn waarde. Ik heb zoveel al gezien, ik kijk nergens meer van op. Ongeveer 4 jaar geleden ben ik terecht gekomen bij Moedige Moeders Volendam. Zij hebben voor mij het verschil gemaakt. Er was eindelijk iemand die vroeg hoe het met mij ging, hoe deze situatie voor mij is geweest. Zij hebben mij geleerd weerbaar te zijn en voor mijzelf te zorgen. Ik heb veel steun en warmte mogen ervaren en ben daarvoor erg dankbaar. Ik heb er erg lang over gedaan, dit geschreven stuk. Een aantal maanden. Twijfel, wel doen, niet doen? Vuile was buiten hangen? Misschien. Mijn familie en mijn broer raken, pijn doen? Misschien. Zeuren? Dan maar. Dit is een héél klein stukje, van hoe ik de afgelopen 12 jaar heb beleefd. Dit is mijn waarheid, mijn gevoel en mijn kwetsbaarheid. En ik heb geleerd, dat dat er ook mag zijn. Ik mag er zijn. Die gedachten hoop ik over te kunnen dragen aan anderen in soortgelijke situaties, of eenieder die zich hierin kan vinden. Het heeft mij ook mooie dingen gebracht. Kansen om mijzelf te ontwikkelen, inzicht in wie ik wil zijn en wie ik nu ben. Dit is niet statisch, maar het heeft mij op weg geholpen en een schop onder mijn kont gegeven. Ik ben daar ook dankbaar voor. Vanuit mijn opleiding, werk ik op mijn leerwerkplek bij Triversum met jongeren en adolescenten. Hiermee maak ik mijn verschil en leer ik nog iedere dag. Rosalie Knuvelder, werkzaam bij de Jellinek, is de vaste psychologe van Moedige Moeders. Met haar professionele ondersteuning houden wij ons bij Moedige Moeders naast de bestaande zelfhulpgroep voor ouders en familie, ook bezig met een zelfhulpgroep voor broers en zussen van verslaafden. Tevens bieden wij ondersteuning aan verslaafden zelf en aan familie, in de vorm van bijvoorbeeld een weerbaarheidstraining. Meerdere keren per jaar worden er gastsprekers uitgenodigd. Moedige Moeders bied ook voorlichtingen voor ouders, kinderen en scholen, met ervaringsdeskundigen. De bijeenkomsten zijn op even weken op donderdag om 20:00 uur in de Ark. De bijeenkomsten zijn op oneven weken op woensdag om 20:00 uur in de Ark. Deze zijn geheel vrijblijvend en anoniem. Aankomende Donderdag 7 septembee hebben wij weer bijeenkomst om 20.00 uur in De Ark en u bent van harte welkom.

Om u beter en persoonlijker te helpen, gebruiken wij cookies en vergelijkbare technieken. Als u verder gaat op onze website gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer weten? Lees dan ons cookiebeleid.